Positieve impact voedingsinformatie van zorgverleners op kankeroverlevenden

27-08-2019
Informatie over voeding verstrekt door zorgverleners heeft een positieve impact op de overtuigingen van overlevenden van dikkedarmkanker over de invloed van voeding op herstel en klachten na de behandeling en kans op een recidief. Herhaling van deze informatie blijft belangrijk om correcte opvattingen over voeding en kanker te versterken, aldus Merel van Veen (Wageningen University) en collega’s. Volgens de onderzoekers lijken de overtuigingen bij overlevenden sterker aanwezig wanneer zij informatie van drie verschillende zorgprofessionals ontvangen. De hypothese is dat informatie gegeven door meer dan één zorgverlener een grotere overtuigingskracht heeft op verandering van het voedingsgedrag.

Het doel van deze studie is de opvattingen over voeding en kanker te onderzoeken onder overlevenden van dikkedarmkanker en de samenhang met het verstrekken van informatie over voeding door specifieke en aantallen zorgverleners. Een ander doel was te informeren welke voedingsmiddelen volgens deze overlevenden een positieve dan wel negatieve invloed hebben gehad op het krijgen van kanker.

Opzet en resultaten

In totaal 326 overlevenden van dikkedarmkanker die deelnamen aan een lopend prospectief cohortonderzoek vulden een vragenlijst in binnen één maand na de operatie. Naast de vraag of zij voedingsinformatie hadden ontvangen van een zorgverlener, werden hun opvattingen onderzocht over de invloed van voeding op welbevinden, klachten na behandeling, herstel en kans op een recidief. De prevalentieverhoudingen werden berekend met behulp van Cox-regressieanalyse om de samenhang tussen de informatieverstrekking en de vier “overtuigingen” te bestuderen gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en kanker.

Van de respondenten ontving 62% informatie over voeding van één of meer zorgverleners. De meeste respondenten die informatie ontvingen, zijn er sterk van overtuigd dat voeding invloed heeft op het welbevinden (59%) en het herstel na kanker (62%). Vergeleken met overlevenden die aangaven geen informatie te hebben ontvangen, hadden respondenten die informatie ontvingen van drie zorgprofessionals de sterkste opvattingen over de invloed van voeding op klachten na behandeling (prevalentie ratio 3,4), herstel na behandeling (2,0) en recidief (2,8).

Conclusie en aanbevelingen

Merel van Veen en collega’s concluderen dat informatie over voeding die verstrekt wordt door zorgverleners een positieve invloed heeft op de overtuigingen van overlevenden over de invloed van voeding op de uitkomsten van kanker, dat wil zeggen klachten en herstel na de behandeling en kans op een recidief. Herhaling van deze informatie is belangrijk om correcte opvattingen over voeding en kanker te versterken. Deze overtuigingen lijken sterker aanwezig wanneer patiënten deze informatie ontvangen van drie verschillende zorgprofessionals.

Toekomstig onderzoek kan uitwijzen of het belangrijker is om dezelfde boodschap meerdere keren te laten herhalen door één zorgverlener of dat dezelfde boodschap door verschillende gezondheidswerkers wordt verspreid. De onderzoekers vermoeden dat inzet van meer dan één zorgverlener een grotere overtuigingskracht heeft om het voedingsgedrag van overlevenden te veranderen.

Om ervoor te zorgen dat alle zorgverleners dezelfde boodschap uitdragen, is het belangrijk om één persoon (bijvoorbeeld een diëtist) verantwoordelijk te maken voor het op de hoogte houden van andere collega’s over bewezen of praktijkgerichte voedingsadviezen. Verder dient een diëtist het voortouw te nemen bij het regelen van de voedingsscreening, welk basisadvies kan worden gegeven en of patiënten doorverwezen moeten worden. Verder wordt aanbevolen alle voedingsadviezen en informatiebronnen in het patiëntendossier op te nemen, zodat op uniforme wijze informatie wordt verstrekt.

volg ons: