Centralisatie van zorg hangt samen met betere overleving kinderen met kanker

27-08-2019

Centralisatie van zorg bij kinderen met kanker hangt samen met een betere overleving. Dat concludeert een internationale groep onderzoekers, onder wie drie onderzoekers van IKNL, in de European Journal of Cancer. De onderzoekers analyseerden de gegevens van 4.415 kinderen en signaleren aanzienlijke verschillen per land in het aantal behandelcentra en in het behandelvolume per centrum. Opmerkelijk is dat deze verschillen niet alleen verklaard kunnen worden op basis van het aantal behandelingen in grote centra. Volgens de onderzoekers dient bij centralisatie ook rekening gehouden te worden met andere factoren, zoals multidisciplinaire teams, protocollen, audits en formele of informele netwerken.

Over het algemeen bestaat er consensus om de behandeling van kinderen met kanker te centraliseren. In deze studie is de mate van centralisatie van zorg bij kinderen met kanker geanalyseerd in zes Europese landen plus het verband tussen centralisatie en overleving van deze kinderen. Hiervoor werden de gegevens geanalyseerd van 4.415 kinderen in de leeftijd tot vijftien jaar die tussen 2000 en 2007 zijn gediagnosticeerd in België, Bulgarije, Finland, Ierland, Nederland en Slovenië met een follow-up tot eind 2013.

Opzet

In alle genoemde landen zijn population-based kankerregistraties aanwezig met een landelijke dekking met informatie over diagnose, behandeling, ziekenhuis van behandeling en overleving. Kinderen die een behandeling kregen, werden geclassificeerd op basis van behandeling in een ziekenhuis met een hoog of laag behandelvolume. Met een proportioneel Cox-hazard-model werd de relatie berekend tussen het volume en de 5-jaarsoverleving, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en diagnosegroep.

Resultaten

Het aantal ziekenhuizen dat zorg verleende aan kinderen met kanker varieerde van zes in Slovenië tot iets meer dan veertig in Nederland en België. In Ierland en Slovenië werd één ziekenhuis geïdentificeerd met een hoog behandelvolume, waar respectievelijk 80% en 97% van de kinderen een behandeling kreeg. In andere landen ging het om drie tot vijf grote ziekenhuizen, waar 65% tot 93% van de gevallen werd behandeld.

De uitkomsten waren significant beter wanneer de primaire behandeling plaatsvond in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume in vergelijking met ziekenhuizen met een laag behandelvolume bij tumoren in het centrale zenuwstelsel (relatief risico 0,71), hematologische maligniteiten (relatief risico 0,74) en voor alle kinderkankers gecombineerd (relatief risico 0,83).

Conclusie en nabeschouwing

De onderzoekers concluderen dat centralisatie van behandeling van kinderen met kanker samenhangt met een betere overleving en daarom versterkt dient te worden in landen waar behandelingen nog plaatsvinden verspreid over een groot aantal ziekenhuizen. In de nabeschouwing wijzen de onderzoekers er op dat de gevonden verschillen tussen landen niet uitsluitend verklaard kunnen worden op basis van het aantal behandelingen dat gegeven is in grote ziekenhuizen, maar dat bij centralisatie van zorg ook rekening gehouden dient te worden met andere factoren die de resultaten op nationaal niveau kunnen beïnvloeden. Het gaat hierbij onder andere om inzet van multidisciplinaire teams, audits, gebruik van protocollen of het bestaan van een formeel of informeel netwerk in een land. Daarom adviseren de auteurs om nieuwe centralisatieplannen voor kinderoncologie doorlopend te evalueren.


Dit is de grootste population-based studie die tot dusver is uitgevoerd naar de impact van het behandelvolume binnen de kinderoncologie in zes kleine en middelgrote Europese landen. De uitkomsten van dit onderzoek bieden een basis en beoordelingskader voor verdere reorganisaties in de gezondheidszorg in de deelnemende landen. Bij het maken van de verdeling en vergelijking van de resultaten per ziekenhuis is in deze studie uitgegaan van een relatieve definitie voor elk land en per kankersoort. Een behandelvolume van minimaal dertig kinderen met kanker per ziekenhuis per jaar wordt beschouwd als een Europese standaard.

volg ons: